|
Pagina 1 van 9 Een geïllustreerd sociaal-democratisch familieblad, 1935-1942
In dit werkje wil ik een beknopte karakteristiek geven van het korte leven dat Wij gegund is geweest, van zijn ontstaan, het redactionele beleid en van enkele personen die daarin een rol hebben gespeeld, van de inhoud, van de vormgeving. En van het einde. Deze uitgave verscheen ter gelegenheid van de
jaarwisseling 2000-2001 als nieuwjaarsgroet aan familie, vrienden en relaties. De tekst werd
speciaal voor dit doel geschreven. © 2000 Jan de Groot, Groningen
Inleiding Wie in boekhandel, stationskiosk of supermarkt z'n ogen over het omvangrijke
aanbod publiekstijdschriften laat gaan, krijgt een goed beeld van de grote
verscheidenheid aan interessegebieden die daar in de vorm van periodiek
verschijnend kleurendrukwerk wordt geëtaleerd. Toch is er bij alle diversiteit
en specialisatie een bepaald soort bladen dat we nauwelijks nog in de schappen
kunnen vinden: het wekelijks verschijnende geïllustreerde familieblad. Vóór de
jaren zeventig en meer nog: vóór de oorlogsjaren was er royale keus. Nu resteren
daarvan alleen nog Panorama, dat er al is sinds 1913, en Nieuwe Revu, in 1968
ontstaan als voortzetting van Revue, waarmee in de jaren vijftig Het Noorden in
woord en beeld was samengevoegd. Andere dan deze twee overgebleven bladen zijn
reeds tientallen jaren geleden ter ziele gegaan: Wereldkroniek (1894-1970); De
Prins der geïllustreerde bladen (1901-1948), waarin van 1941 af opgenomen: het
van 1900 daterende Het Leven; verder De Katholieke Illustratie (1867-1967), met
meer dan honderdduizend abonnees in 1935, dat ten slotte eveneens in Revue
opging, en De Spiegel, Weekillustratie voor het christelijk gezin (1906-1969),
alle met een onderbreking in de oorlogsjaren. Er kwam een definitief einde aan
hun lange geschiedenis doordat -zo valt aan te nemen- de televisie, de
videorecorder en het zich sterk uitbreidend gebruik van foto's in dagbladen een
aanslag op hun bestaan gingen betekenen, die zij niet overleefden. Daaraan zal
ook wel niet vreemd zijn geweest, dat de vanouds toegepaste redactionele
'formule' om zich met aparte rubrieken te richten op de 'huiselijke kring van
vader, moeder en kinderen' minder ging beantwoorden aan nieuwe leef- en
woonvormen, die afbreuk deden aan het rondom-de-lamp in de huiskamer verenigde
traditionele gezin, waar deze familietijdschriften het nu juist van moesten
hebben. Voor De Katholieke Illustratie en De Spiegel kwam daar als
waarschijnlijke mede-oorzaak van hun verdwijnen nog iets anders bij. Beide
behoorden tot de categorie geïllustreerde familiebladen die dienstbaar wilde
zijn aan de beleving en versterking van de eigen levensbeschouwelijke
identiteit, zoals de titel resp. ondertitel zelf al duidelijk te kennen geven.
Als samenbindend medium binnen homogene doelgroepen van uitgesproken signatuur
waren zij dus niet 'algemeen'. Na de jaren zestig was er geen commerciële basis
meer te vinden voor een dergelijk wekelijks verschijnend geïllustreerd
familieblad dat zich door levensbeschouwelijk of politiek profiel van andere
wilde onderscheiden. De behoefte aan dit type tijdschrift behoorde blijkbaar tot
het verleden. Wellicht hebben de omroepbladen uit het publieke bestel, als
voorportaal van de televisiebeelden, een deel van hun functie overgenomen. Vrij
laat, pas in 1935, werd, naar het voorbeeld van de laatstgenoemde twee maar wat
de lay-out betreft daarvan nogal afwijkend, het weekblad Wij opgericht. De
titel, hoe kort ook, verwees evenals de beide andere duidelijk naar een
collectief van gelijkgezinden, zij het dat deze naam in het midden liet door
welke gemeenschappelijke opvattingen over mens en maatschappij uitgever,
redactie en abonnees zich lieten leiden. Slechts één nummer is echter voldoende
om vast te stellen dat het blad bedoeld was voor mensen met een socialistische
politieke overtuiging. Daarmee was de afspiegeling van de verzuilde samenleving
van Nederland in de jaren dertig, vormgegeven als geïllustreerd
publiekstijdschrift, nagenoeg compleet.
In dit werkje wil ik een beknopte karakteristiek geven van het korte leven
dat Wij gegund is geweest, van zijn ontstaan, het redactionele beleid en van
enkele personen die daarin een rol hebben gespeeld, van de inhoud, van de
vormgeving. En van het einde. Twee opmerkingen vooraf. Ten eerste: de lezers
zullen opmerken dat de tekst enkele van mijn eigen herinneringen aan dit
tijdschrift bevat, waardoor het 'verhaal' en de keuze van de foto's hier en daar
wat persoonlijker zijn uitgevallen dan wanneer ik dit tijdschrift, heel vroeger,
niet onder ogen had gehad. Het maakt evenwel deel uit van wat ik nog weet -of
meen te weten- van mijn eigen lagere-schoolleeftijd, dat is de periode waarmee
het leven van Wij bijna samenvalt. Ten tweede: er is hier een oud-uitgever aan
het woord die nog steeds van oordeel is dat de rol van de uitgeverij, dat wil
zeggen van de ménsen in die uitgeverij, te dikwijls niet genoeg meetelt. Vele
waardevolle werken zouden er zonder de initiatieven van deze uitgevers niet zijn
gekomen, tot welke grootte de concerns ook mogen uitgroeien. Daarom vraag ik
allereerst aandacht voor Y.G. van der Veen, directeur van de Arbeiderspers te
Amsterdam in de tijd dat Wij in het leven werd geroepen. Door hem.
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Volgende > Einde >> |