|
Pagina 3 van 9 Vijf hoofdredacteuren, 1935 - 1942 Door het ontbreken van een colofon, nu bij krant en tijdschrift algemeen
gebruikelijk, is tot in de Duitse bezetting aan het blad zelf niet te zien
geweest wie bij Wij de functie van hoofdredacteur heeft bekleed, en voor hoe
lang, laat staan hoe de redactie verder was samengesteld. Personele unies met
het politiek verwante dagblad Het Volk waren vermoedelijk geen uitzondering. Net
afgestudeerd, was mr. P. J. Mijksenaar in 1931 in de redactie van Het Volk
opgenomen, vanuit welke positie hij de eerste hoofdredacteur van Wij werd.
Hij bleef deze rol vervullen tot eind 1936, zoals hij zelf meedeelt in
Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (Amsterdam,
1938). Of zijn vertrek naar een Amsterdamse gemeentelijke dienst geheel
vrijwillig was dient te worden betwijfeld, maar met de vaste Wij-fotografen Cas
Oorthuys en Charles Breijer bleef hij in elk geval goede contacten onderhouden,
getuige hun omvangrijke medewerking aan Mijksenaar's boek Om het dagelijks brood
(Arbeiderspers, 1939). Amsterdam bleef zijn werkterrein, voorlichting zijn
specialiteit.
Ook Mijksenaar's opvolger kwam van Het Volk: Meijer Sluyser. Deze dynamische
en creatieve man had de leiding gehad van het sinds 1933 wekelijks verschijnende
colportageblad Vrijheid, arbeid, brood (het kostte drie cent, weet ik nog), dat
fascisme en communisme fel bestreed en verderop in de jaren dertig in het teken
kwam te staan van 'promotie' van het Plan van de arbeid. Dat was een
stoutmoedige maar vergeefse poging van sdap en nvv om als alternatief voor het
rampzalige beleid van de regering-Colijn de economie te helpen revitaliseren
door middel van een actievere crisis- en conjunctuurpolitiek.
Evenmin als het Plan als zodanig vonden de (door sommigen als te weinig
scrupuleus beoordeelde) verbale strijdmethodes van Sluyser de instemming van het
hele partijbestuur en de Tweede-Kamerfractie. Na zijn verblijf in Engeland
gedurende de oorlogsjaren (Radio Oranje) bleef Sluyser ook in de Partij van de
Arbeid een belangrijk man op het punt van actie en propaganda, voor de vara een
veelbeluisterd politiek commentator.
De herinneringen aan zijn joodse buurt in Amsterdam heeft hij neergelegd in
een aantal ontroerende boeken. 'Hij was een in omgang moeilijk mens. Zijn meeste
functies heeft hij met ruzie verlaten', schreef Philip van Praag in deel 5 van
het Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in
Nederland (iisg, Amsterdam, 1992). Zijn vertrek bij Wij in 1938 zal daarop wel
geen uitzondering zijn geweest, mede gezien het weinig plooibare karakter van
directeur Van der Veen. Het oordeel van zijn snel ontevreden baas komt tot
uiting in het ap-jaarverslag over 1938, waarin hij de 'inzinking' van Wij
onverbloemd dacht te moeten wijten aan 'de gebrekkige verzorging van het blad
onder de vorige chef-redacteur', de lichte stijging na diens vertrek daarentegen
te kunnen toeschrijven aan zijn opvolger. Dat was J. A. (Jan) Elstrodt, evenals
zijn voorgangers gerecruteerd uit de redactie van Het Volk.
De derde hoofdredacteur zorgde weliswaar voor een beter evenwicht tussen
beeld en tekst, een rustiger lay-out en politieke beschouwingen op goed
journalistiek niveau ('Wij maakt de balans van de week op'), maar hem werden
maar weinig jaren gegeven om aan verdere kwaliteitsverhoging te kunnen werken.
Na de Duitse inval in mei 1940 kwam Wij, zoals zovele andere periodieken, onder
toenemende druk van de bezetters te staan.
Tot en met de aflevering van 12 juli 1941 (kort na de Duitse aanval op
Rusland: toeval?) heeft Elstrodt stand gehouden met zijn pogingen de toenemende
verharding van de hem gedicteerde beleidswijzigingen te weerstaan. Dat wat hij
toch toeliet was na de bevrijding voor de zogeheten Ereraad van de sdap zozeer
te veel, dat hem werd verboden gedurende twee jaar bestuursfuncties in de partij
te bekleden. Overigens hielp Elstrodt illegaal mee de herverschijning van Het
(Vrije) Volk na de oorlog voor te bereiden en hij keerde vrij snel na mei 1945
terug naar de krant, eerst als redactiechef in Amsterdam, circa 1950 als hoofd
van de redactie van de Groningse editie van Het Vrije Volk. Ik herinner mij dat
hij toen met zijn hart nog lang geen afscheid had genomen van zijn -na de oorlog
niet teruggekeerde- Wij. Van zijn voorkeur voor 'klassieke' typografie gaf hij
in latere jaren blijk met de bloemlezing uit het werk van Dick Dooyes, die hij
samen met G.W. Ovink verzorgde (Tetterode, Amsterdam, 1966).
In het colofon van het nummer van 19 juli 1941 ontmoeten we voor het eerst de
naam van M. F. Franca. Ook zonder deze vermelding markeerde de inhoud van dit
nummer al direct waar deze, echt 'foute', nieuwe hoofdredacteur voor
verantwoordelijk was. De pagina's die ooit de identiteit van Wij hadden bepaald
werden nu bezoedeld met onverhulde nazi-propaganda. Franca voelde er echter niet
voor -aldus verklaarde hij na de oorlog- nog een stap verder te gaan: mee te
werken aan een beleidswijziging die van Wij een equivalent van Signal zouden
moeten maken, een Duits, geheel met propaganda gevuld geïllustreerd blad, dat
ook in de landstalen van de bezette gebieden werd uitgegeven (bij ons: Signaal).
Na zijn ontslag in maart 1942 bleef Wij nog tot 29 mei van dat jaar verschijnen.
Het colofon vermeldde in die korte periode de naam van J.W. Stremming van Ek
als hoofdredacteur, een ontspoorde journalist van Het Volk. Na die datum werd
Wij omgezet in een onder zijn redactie verschijnend veertiendaags blad, Werkend
Volk geheten, dat qua vorm en gezindheid geen enkele overeenkomst meer vertoonde
met het trotse begin van februari 1935. Het blad was volledig genazificeerd, het
aantal abonnees, dat zeven jaar eerder naar de honderdduizend reikte, was in
1944 tot minder dan vierduizend teruggevallen. Het laatste nummer verscheen 6
april 1945.
|