Jan de Groot - digitaal
'Wij, ons werk, ons leven' Afdrukken
 

De politieke actualiteit en 'Wij'

Anders dan de hoofdredacteur van Het Volk, die op het congres van de sdap goedkeuring van zijn beleid diende te verkrijgen, had de redactie van Wij geen formele afhankelijkheidsrelaties met de partij. Al kan Wij dus niet worden beschouwd als de spreekbuis van het partijbestuur, politieke verwantschap was er natuurlijk in hoge mate. Deze kwam tot uiting in de kritische blik op alles wat er in binnen- en buitenland gebeurde, het laatste vooral met de camera gericht op de ontwikkelingen in Europa; verder ook in de wijze waarop in Wij de gevisualiseerde reflectie te vinden was van wat de sdap in de jaren dertig beroerde.

Al meteen in de eerste jaargang was te zien hoezeer nationaal-socialisme, fascisme en communisme als anti-democratische stromingen krachtig-principieel werden verworpen. Reeds in een vroeg stadium werd in het bijzonder tegen nazi-Duitsland ernstig gewaarschuwd. In het nummer van 14 oktober 1938 werd door middel van citaten uit Hitler's Mein Kampf op het naderbij komende gevaar gewezen, en onder de kop 'De demon van de jodenhaat vaart over Duitsland, joden verjaagd uit het openbare leven' lezen we in het nummer van 18 november 1938: 'De wereld zal straks het middeleeuwse schouwspel nog beleven, dat zij teruggedrongen worden in ghetto's, waarin hun slechts een pauperbestaan overblijft.'

Dat voor wie niet vluchtte helemaal geen bestaan zou overblijven, ging het voorstellingsvermogen te boven, en niet alleen dat van Wij. Ook toen Oostenrijk in 1938 onder de voet werd gelopen werd Duitsland fel gehekeld, het falen van Chamberlain datzelfde jaar in München gelaakt. Veel aandacht werd in diverse afleveringen aan de Spaanse burgeroorlog besteed. Wij, 2 juni 1939 meldt: 'Danzig, een stad op een vulkaan.' En dan is het zover in het nummer van 8 september: 'Oorlog over Europa'.

De hoeveelheid beeld bij al deze en andere nieuwsfeiten was, vergeleken met de overvloed van nu, uiterst bescheiden, en toch was het praktisch het enige dat de mensen -op de andere bladen en het bioscoopjournaal na- buiten hun eigen werkelijkheid aan beeldmateriaal onder ogen konden krijgen. Hoe weinig het ook was, zelfs Wij-lezers moesten soms met nog minder genoegen nemen. Afgezien van de principiële veroordeling liet hun blad bijna alles achterwege wat verder op Duitsland betrekking had: natuur, film, literatuur, ook de 'goede'. Zelfs de -door Hitler propagandistisch uitgebuite- Olympische Spelen van 1936 in Berlijn werden volledig doodgezwegen en dat terwijl Nederlandse sportfiguren als Rie Mastenbroek, Nida Senff (het zestienjarige hbs-meisje, dat 100m rugslag zwom in 1 minuut 13.6 seconden, toen een wereldrecord), Tinus Osendarp, Arie van Vliet samen met acht medailles naar huis gingen. Had je dan op z'n minst van hun prestaties niet iets moeten laten zien?

De programmatische kentering waarin de SDAP zich in de jaren dertig bevond vroeg ook van Wij positie te kiezen en zijn politieke koers te bepalen. In dit verband suggereert Ovink (zie blz. 6) dat Wij 'in onoplosbare controverses verstrikt raakte.' Welke controverses zouden dat kunnen zijn? Het kan niet zozeer gaan om de 'normale' tegenstellingen van inzicht en tactiek die passen bij de 'normale' rolverdelingen tussen partij, kamerfracties, wetenschappelijk bureau, vakbeweging. Al spoedig kwamen ze allemaal paginagroot aan hun trekken: Vorrink, Albarda, Tinbergen, Kupers en vele andere landelijke 'kopstukken'. Daarna kreeg je de mannen op provinciaal en gemeentelijk niveau, van welke de sdap er vele bezat (ook een enkele vrouw) en waaraan Wij opeens onevenredige aandacht ging besteden door ze als 'stoere werkers' te portretteren.

Vermoedelijk deed Wij dat louter om pragmatische redenen, namelijk om meer abonnees uit de 'provincie' te werven die -naar onderzoek had uitgewezen- in het abonnementenbestand nogal ondervertegenwoordigd waren. In elke politieke partij pleegt de invloed van meer generaties tegelijk werkzaam te zijn, daarop maakte de sdap in de jaren dertig geen uitzondering: de eerste, die van de 'founding fathers' (Vliegen), de tweede (Drees en anderen), de derde (Wiardi Beckman en anderen). Vooral de jongste generatie voelde er weinig voor haar bekwaamheden in een nog langer durend frustrerend politiek isolement te laten verzanden. Wilden er tastbare resultaten geboekt kunnen worden, dan moest het roer om.

De 'rode familie' was weliswaar een hecht bolwerk van met elkaar verstrengelde subgroepen, maar die sterkte had eerder een afschermend dan een invloedvergrotend effect. Om de stagnatie in de groei te doorbreken was een inhoudelijke en tactische heroriëntatie onvermijdelijk. Deze kreeg vorm in het nieuwe beginselprogramma van 1937. Toen dr. H. Brugmans, directeur van het Instituut voor Arbeidersontwikkeling, in Wij van 2 september 1938 bij het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina een lang artikel wijdde aan 'Veertig jaar ontwikkeling van het Nederlandse volksleven'; toen de 'cover' van het nummer van 8 januari 1937 bestond uit een foto van prinses Juliana en prins Bernhard bij hun huwelijk ('In eindeloze stromen trokken de bezoekers naar en door Den Haag om al het moois te zien'), en de geboorte van de prinsessen Beatrix en Irene luid werd bejubeld, enzovoort, gaf Wij er blijk van de omslag in het denken begrepen te hebben. In de nieuwe fundering van de sdap had het nationaal bewustzijn een deel van het internationale sentiment en de anti-monarchale gevoelens weggenomen, althans theoretisch. Dr. H. B. Wiardi Beckman, Ankersmit's opvolger bij Het Volk, sprak van 'historische lotsverbondenheid' en 'nationaal saamhorigheidsgevoel', gezien in de continuïteit van onze geschiedenis rond Oranje.

Nog op het congres van 1935 had W. Banning 'onder luide toejuichingen' 'de passieve weerstand' aanbevolen als het beste middel om zich tegen eventuele aanvallers teweer te stellen. W. A. Bonger zag dat anders. Toen de oorlog naderbij kwam zei hij: 'Onze enige hoop berust bij de Britse Navy.' (Dat het de Royal Air Force werd, wie zou het deze geleerde kwalijk hebben genomen). Zuur voor Bonger dat zijn Socialistische Gids in 1939 diende te wijken voor Socialisme en Democratie, onder redactie van .: W. Banning (en anderen). Albarda had er de handen vol aan gehad het congres tot andere gedachten te brengen, voorzover partijcongressen al denken. Enkele jaren later werd het zo gevoelig liggende principe van eenzijdige ontwapening ingeruild voor dat van gewapende landsverdediging, en Wij volgde die manoeuvre met -vrij softe- reportages over onze krijgsmacht, vooral na de mobilisatie van september 1939.

Het gaat te ver deze nieuwe sdap-koers te vereenzelvigen met Wij's beleid, dat in commercieel opzicht wijs beleid was. Ook de minder hard lopende lezers, die het overboord gooien van de oude standpunten niet zo gauw con amore konden volgen, verdwenen bij het blad aanvankelijk niet uit het vizier. Op de 'cover' van de aflevering van 21 oktober 1938 bijvoorbeeld en aansluitend in het daarop volgende nummer na zijn begrafenis, ging zeer royale aandacht uit naar Karl Kautsky, de naar Amsterdam uitgeweken onvervalste en militante promotor van het marxisme, waarvan de sdap zich zojuist had gedistantieerd. (In dezelfde nummers echter ook foto's van prinses Beatrix). Dat er in de partij 'controverses' waren moge zijn toegelicht, onderzoek naar de vraag in hoeverre Wij daarin 'verstrikt' raakte zou een grondiger inhoudsanalyse nodig maken dan ik in dit korte bestek heb kunnen verrichten.

Oppervlakkig bekeken lijkt het nogal mee te vallen. Van der Veen had naar mijn indruk heel andere zorgen, namelijk de winstgevendheid van Wij scherp te bewaken. Tot de beoogde veranderingen in de sdap-politiek behoorde ook, de confessionele arbeiders, in het bijzonder de rooms-katholieke, binnen de sociaal-democratische invloedssfeer te trekken, althans samenwerking met hun leiders mogelijk te maken, wat tot een minder 'hoekige' opstelling leidde.

Wij ging op enige afstand toch mee met deze trend naar meer 'veralgemening' en vertaalde die op zijn beurt in grotere neutraliteit. Het 'nieuws' over de 'rode familie' verdween nagenoeg geheel, in de laatste afleveringen van 1939 is bijna geen politiek 'item' meer te zien, een zeer groot verschil met de eerdere jaren. Overigens had Van der Veen Wij in 1935 niet alleen uit idealistische motieven opgericht, maar ook met de bedoeling een winstobject te creëren waarmee prijsverhoging van Het Volk vermeden zou kunnen worden.

Daarop sloot deze nieuwe ontwikkeling van de partij in zoverre goed aan, dat een zekere ontpolitisering een welkom concurrentiemiddel zou kunnen betekenen tot uitbreiding van het aantal abonnees. Je kunt er zelfs over speculeren of zijn uitgesproken waardering voor hoofdredacteur Elstrodt (deels) op diens neutraliserend beleid was gebaseerd. Voldoende tijd om tot oplagevergroting te komen was hun echter niet meer gegeven. De oorlog stond voor de deur.