Jan de Groot - digitaal
'Wij, ons werk, ons leven' Afdrukken
 

Wat het blad verder zoal te bieden had

'Wij brengt u uw werk en uw leven in woord en beeld, het leven onzer beweging, foto's uit uw eigen omgeving en uit den vreemde, van actuele gebeurtenissen, van sport en kunst, van de strijd en het leven der arbeidersklasse; verhalen: spannend en boeiend, reisverhalen, romans van de allerbeste schrijvers, leerzame lectuur': in deze geest had het introductieprospectus in de loop van 1934 al aangekondigd waarop de abonnees met ingang van 1 februari 1935 zouden kunnen rekenen. En daarin werden zij, met hun wekelijkse dubbeltje, niet bedrogen.

Wat direct opvalt is de grote aandacht die de veeltakkige stamboom van de rode familie elke week weer kreeg. Vooral de Nederlandse Arbeiderssportbond -met de twaalf takken van sport die daar beoefend werden, turnen en zwemmen vooral, maar ook voetbal en schaken- kwam royaal aan z'n trekken. Ook de andere 'rode' organisaties werd de nodige ruimte toebedeeld: 'De Stem des Volks' of 'De Volksstem', zoals deze zangkoren in sommige delen van het land heetten, het Instituut voor Arbeidersontwikkeling, de Vara (beeldende reportages van massale 'familiefeesten', waarop Joseph Schmidt 'Ik hou van Holland' zong, dat je nu weer van de tribunes af hoort klinken als 'Oranje' speelt), de Arbeiders Jeugdcentrale met haar Pinksterfeesten rond de Paasheuvel in Vierhouten, de sociaal-democratische vrouwenclubs, de Coöperatie, enzovoort, kortom: 'het leven onzer beweging'.

Ook via nog meer persoonlijk niveau wilde Wij de betrokkenheid van de lezers bij 'hun' blad vergroten. Van de viering van een vijftigjarige echtvereniging kon met foto en al in Wij melding worden gemaakt en het inzenden van foto's en verhalen door lezers, waartoe Wij aanmoedigde, kon worden beloond.

Daarmee was datgene wat Wij van andere bladen deed verschillen nog niet uitgeput. Ook bij de keuze van schrijvers van de verhalen en de als feuilleton geplaatste romans gaf het blad blijk van politiek engagement. Een vaste medewerker was van het begin af A. den Doolaard, die veel op de Balkan rondzwierf en tot 'reisredacteur' werd benoemd, zowel door Het Volk als door Wij. Zijn medewerking leverde vele boeiende sociale reportages op. Ook zijn romans, tot grote ergernis van directeur Van der Veen niet bij de Arbeiderspers maar bij Querido verschenen, zijn aan dit zwerversleven niet vreemd.

Vele andere schrijvers droegen aan de 'leesstof' in Wij bij: Nederlandse, onder wie R. Blijstra met zowel ernstige als speelse novellen, Emmy van Lokhorst, A. M. de Jong met natuurlijk de Vlaamse tekenaar George van Raemdonck in z'n kielzog, Jef Last, Jan Mens, Johan Winkler, S. Franke, enzovoort; maar ook buitenlandse auteurs: Andreas Latzko, Martin Andersen Nexö, Ben Traven en anderen. Wie enigszins thuis is in de titels van de arbo-boeken van de Arbeiderspers in de jaren dertig zal het niet ontgaan dat Wij en de genoemde boekenreeks deels uit hetzelfde schrijversarsenaal putten.

De Duitse emigranten ontbraken niet: Konrad Merz, bekend geworden door zijn roman Ein Mensch fällt aus Deutschland en Stefan Zweig bijvoorbeeld. In het nummer van 1 oktober 1937 werden met veel tromgeroffel nog meer gevluchte Duitse auteurs aangekondigd die hun medewerking reeds zouden hebben toegezegd, onder wie Klaus Mann en Joseph Roth, die in die dagen in Nederland verbleven. Werk van hun hand heb ik echter niet kunnen ontdekken. Wel ontmoet je veel overwegend uit het Engels vertaalde verhalen, maar de namen van de auteurs daarvan roepen weinig tot niets bij mij wakker, wat trouwens meer aan mij dan aan Wij kan liggen. Ook wat film betreft waren pen en camera vooral op Engeland en Amerika gericht. Er ging geen jaar voorbij waarin Shirley Temple zich niet met een hele bladzijde vertederende foto's aan de lezers vertoonde. Behalve zij: vele andere Engelstalige acteurs en actrices. Geen enkele Duitse filmster of toneelspeler. Wel zijn we in Wenen 'bij Paula Wessely thuis', als zij net is getrouwd met Attila Hörbiger. Toen nog 'goed', beiden, na 1938 enigszins besmet door de film Heimkehr. Paula keert niet meer terug, zij overleed het afgelopen jaar. Maar waar zijn Marika Rökk, Zarah Leander, Kristina Söderbaum, Ilse Werner? Wij was onverbiddelijk: ze kwamen er niet in.

Wij liet zich veelvuldig op de sportvelden zien, en dan natuurlijk vooral op de voetbalvelden. Dat werd een heel weerzien met al die helden van toen, ook allemaal te vinden in het voetbalalbum van Han Hollander dat wij vroeger thuis bezaten. Het was een en al herkenning. Oudere lezers weten hun namen nog: Dräger van dws, de lange doelman Adri van Male van Feyenoord, Daaf Drok van dhc, Leo Halle, keeper van Go Ahead en vrachtwagenchauffeur (Wij bezocht hem thuis), Van Run van psv, Henk Plenter van het Groningse Be Quick, de enige zittende op de foto uit Wij van 19 april 1935. 'Weer zo'n kritiek moment voor het agovv-doel. Zie hoe Mauk Weber op de voor hem zo eigen wijze de bal weet weg te koppen.' En dit alles nog zonder shirtreclame, gouden transfers en gele en rode kaarten.

Met de paar laatstgenoemde topics waaraan Wij aandacht wijdde zijn we al ruimschoots buiten de eigenlijke gezichtsbepalende reputatie van het blad aangekomen. Neutrale onderwerpen namen hoe langer hoe meer een aanzienlijk deel van de inhoud in beslag: rubrieken over gezondheid en uiterlijke verzorging, breipatronen, mode, plantenverzorging, natuur, kijkjes in andere, vooral Europese, landen en bezoeken aan 'vreemde' volken, recepten voor verantwoorde maaltijden (bloemkool!), kruiswoordpuzzels, getekende moppen, over het algemeen nogal zouteloos en in de laatste jaargangen de hele achterpagina vullend. Alleen de strip Mussie Muis, waarin een dictator op de hak werd genomen, ontsteeg aan dit wat banale niveau. Op dit laatste na allemaal zaken waar je je in politiek opzicht geen buil aan kon vallen en waarmee Wij zich in toenemende mate niet wezenlijk meer van de 'neutrale' bladen begon te onderscheiden.

Rudolf de Jong had, mits zijn oordeel beperkt kan blijven tot de jaren 1939-1940, wel tot op zekere hoogte gelijk toen hij in De taaie rooie rakkers. Een documentaire over het socialisme tussen de wereldoorlogen (Utrecht, 1965, p. 248) Wij typeerde als 'een vrijwel a-politiek illustratieblad'. Dat had, pragmatisch gezien, wel weer het voordeel dat er na mei 1940 onder de druk van de Duitse bezetters niet eens zo heel veel substantieels hoefde te worden prijsgegeven. Een sterkte kan men dat uiteraard niet noemen.