|
Pagina 7 van 9 Wat het blad verder zoal te bieden had 'Wij brengt u uw werk en uw leven in woord en beeld, het leven onzer
beweging, foto's uit uw eigen omgeving en uit den vreemde, van actuele
gebeurtenissen, van sport en kunst, van de strijd en het leven der
arbeidersklasse; verhalen: spannend en boeiend, reisverhalen, romans van de
allerbeste schrijvers, leerzame lectuur': in deze geest had het
introductieprospectus in de loop van 1934 al aangekondigd waarop de abonnees met
ingang van 1 februari 1935 zouden kunnen rekenen. En daarin werden zij, met hun
wekelijkse dubbeltje, niet bedrogen.
Wat direct opvalt is de grote aandacht die de veeltakkige stamboom van de
rode familie elke week weer kreeg. Vooral de Nederlandse Arbeiderssportbond -met
de twaalf takken van sport die daar beoefend werden, turnen en zwemmen vooral,
maar ook voetbal en schaken- kwam royaal aan z'n trekken. Ook de andere 'rode'
organisaties werd de nodige ruimte toebedeeld: 'De Stem des Volks' of 'De
Volksstem', zoals deze zangkoren in sommige delen van het land heetten, het
Instituut voor Arbeidersontwikkeling, de Vara (beeldende reportages van massale
'familiefeesten', waarop Joseph Schmidt 'Ik hou van Holland' zong, dat je nu
weer van de tribunes af hoort klinken als 'Oranje' speelt), de Arbeiders
Jeugdcentrale met haar Pinksterfeesten rond de Paasheuvel in Vierhouten, de
sociaal-democratische vrouwenclubs, de Coöperatie, enzovoort, kortom: 'het leven
onzer beweging'.
Ook via nog meer persoonlijk niveau wilde Wij de betrokkenheid van de lezers
bij 'hun' blad vergroten. Van de viering van een vijftigjarige echtvereniging
kon met foto en al in Wij melding worden gemaakt en het inzenden van foto's en
verhalen door lezers, waartoe Wij aanmoedigde, kon worden beloond.
Daarmee was datgene wat Wij van andere bladen deed verschillen nog niet
uitgeput. Ook bij de keuze van schrijvers van de verhalen en de als feuilleton
geplaatste romans gaf het blad blijk van politiek engagement. Een vaste
medewerker was van het begin af A. den Doolaard, die veel op de Balkan
rondzwierf en tot 'reisredacteur' werd benoemd, zowel door Het Volk als door
Wij. Zijn medewerking leverde vele boeiende sociale reportages op. Ook zijn
romans, tot grote ergernis van directeur Van der Veen niet bij de Arbeiderspers
maar bij Querido verschenen, zijn aan dit zwerversleven niet vreemd.
Vele andere schrijvers droegen aan de 'leesstof' in Wij bij: Nederlandse,
onder wie R. Blijstra met zowel ernstige als speelse novellen, Emmy van
Lokhorst, A. M. de Jong met natuurlijk de Vlaamse tekenaar George van Raemdonck
in z'n kielzog, Jef Last, Jan Mens, Johan Winkler, S. Franke, enzovoort; maar
ook buitenlandse auteurs: Andreas Latzko, Martin Andersen Nexö, Ben Traven en
anderen. Wie enigszins thuis is in de titels van de arbo-boeken van de
Arbeiderspers in de jaren dertig zal het niet ontgaan dat Wij en de genoemde
boekenreeks deels uit hetzelfde schrijversarsenaal putten.
De Duitse emigranten ontbraken niet: Konrad Merz, bekend geworden door zijn
roman Ein Mensch fällt aus Deutschland en Stefan Zweig bijvoorbeeld. In het
nummer van 1 oktober 1937 werden met veel tromgeroffel nog meer gevluchte Duitse
auteurs aangekondigd die hun medewerking reeds zouden hebben toegezegd, onder
wie Klaus Mann en Joseph Roth, die in die dagen in Nederland verbleven. Werk van
hun hand heb ik echter niet kunnen ontdekken. Wel ontmoet je veel overwegend uit
het Engels vertaalde verhalen, maar de namen van de auteurs daarvan roepen
weinig tot niets bij mij wakker, wat trouwens meer aan mij dan aan Wij kan
liggen. Ook wat film betreft waren pen en camera vooral op Engeland en Amerika
gericht. Er ging geen jaar voorbij waarin Shirley Temple zich niet met een hele
bladzijde vertederende foto's aan de lezers vertoonde. Behalve zij: vele andere
Engelstalige acteurs en actrices. Geen enkele Duitse filmster of toneelspeler.
Wel zijn we in Wenen 'bij Paula Wessely thuis', als zij net is getrouwd met
Attila Hörbiger. Toen nog 'goed', beiden, na 1938 enigszins besmet door de film
Heimkehr. Paula keert niet meer terug, zij overleed het afgelopen jaar. Maar
waar zijn Marika Rökk, Zarah Leander, Kristina Söderbaum, Ilse Werner? Wij was
onverbiddelijk: ze kwamen er niet in.
Wij liet zich veelvuldig op de sportvelden zien, en dan natuurlijk vooral op
de voetbalvelden. Dat werd een heel weerzien met al die helden van toen, ook
allemaal te vinden in het voetbalalbum van Han Hollander dat wij vroeger thuis
bezaten. Het was een en al herkenning. Oudere lezers weten hun namen nog: Dräger
van dws, de lange doelman Adri van Male van Feyenoord, Daaf Drok van dhc, Leo
Halle, keeper van Go Ahead en vrachtwagenchauffeur (Wij bezocht hem thuis), Van
Run van psv, Henk Plenter van het Groningse Be Quick, de enige zittende op de
foto uit Wij van 19 april 1935. 'Weer zo'n kritiek moment voor het agovv-doel.
Zie hoe Mauk Weber op de voor hem zo eigen wijze de bal weet weg te koppen.' En
dit alles nog zonder shirtreclame, gouden transfers en gele en rode kaarten.
Met de paar laatstgenoemde topics waaraan Wij aandacht wijdde zijn we al
ruimschoots buiten de eigenlijke gezichtsbepalende reputatie van het blad
aangekomen. Neutrale onderwerpen namen hoe langer hoe meer een aanzienlijk deel
van de inhoud in beslag: rubrieken over gezondheid en uiterlijke verzorging,
breipatronen, mode, plantenverzorging, natuur, kijkjes in andere, vooral
Europese, landen en bezoeken aan 'vreemde' volken, recepten voor verantwoorde
maaltijden (bloemkool!), kruiswoordpuzzels, getekende moppen, over het algemeen
nogal zouteloos en in de laatste jaargangen de hele achterpagina vullend. Alleen
de strip Mussie Muis, waarin een dictator op de hak werd genomen, ontsteeg aan
dit wat banale niveau. Op dit laatste na allemaal zaken waar je je in politiek
opzicht geen buil aan kon vallen en waarmee Wij zich in toenemende mate niet
wezenlijk meer van de 'neutrale' bladen begon te onderscheiden.
Rudolf de Jong had, mits zijn oordeel beperkt kan blijven tot de jaren
1939-1940, wel tot op zekere hoogte gelijk toen hij in De taaie rooie rakkers.
Een documentaire over het socialisme tussen de wereldoorlogen (Utrecht, 1965, p.
248) Wij typeerde als 'een vrijwel a-politiek illustratieblad'. Dat had,
pragmatisch gezien, wel weer het voordeel dat er na mei 1940 onder de druk van
de Duitse bezetters niet eens zo heel veel substantieels hoefde te worden
prijsgegeven. Een sterkte kan men dat uiteraard niet noemen.
|