Jan de Groot - digitaal
'Wij, ons werk, ons leven' Afdrukken
 

Slotwoord

De feitelijk-zakelijke benadering van Wij heb ik, zoals aangekondigd, hier en daar vermengd met een aantal van de persoonlijke herinneringen die dit familieblad bij mij hebben opgeroepen. Je blijkt er meer van te hebben onthouden dan je wist, want het was frappant te bemerken hoeveel er zich, latent, toch nog in je geheugen blijkt te bevinden als het wordt geactiveerd door middel van in lang niet geziene teksten, en vooral beelden. Door deze positieve ervaring gestimuleerd, heb ik, daartoe in staat gesteld door het iisg te Amsterdam en twee vriendelijke bruikleengeefsters uit Breda en Teeffelen (nb), alle nummers één voor één bekeken, veel te veel natuurlijk als je je wilt beperken tot de geringe omvang van een boekje als dit. Maar toch. Het bleef overigens niet alleen bij visuele indrukken die het verleden opnieuw tot leven brachten, er was nog een tweede zintuiglijke ervaring: Wij róók nog net als toen. Snuif de geur van de drukinkt aandachtig op, en het is weer 1938. Of is dat zelfbedrog?

In ieder geval kunnen foto's in geïllustreerde bladen je bedriegen, althans niet de volledige waarheid spreken, inzoverre ze niet een nauwkeurige weergave zijn van de werkelijkheid. Het komt voor dat ze dat niet zijn. Om te beginnen is er, voordat er ook maar één foto gemaakt is, een evaluatie van de realiteit aan voorafgegaan met het oog op de ideële en technische bruikbaarheid voor de doelstellingen waarop het redactiebeleid al bij voorbaat berust.

Wat we niet te zien krijgen aan personen en zaken, buiten deze wel gepresenteerde selectie om, kan afbreuk doen aan het verkrijgen van een goed totaalbeeld. Een simpel, nog vrij onschuldig voorbeeld. In Wij werden aan vele beroepen fotoreportages gewijd, meestal over handarbeiders, en bijna altijd schijnen die uitgeoefend te worden door figuren met stoere voorkomens, in het bezit van veelal blonde, monumentale koppen. Met hun demonstratieve fierheid hadden die een symboolfunctie, want het zelfbewustzijn van de arbeider diende te worden versterkt.

De werkelijkheid vertegenwoordigden zij evenwel niet, want daarin bleek eveneens plaats te zijn voor talrijke fijngebouwde personen, misschien wel miezerige kereltjes, die het met hun uiterlijk dan wel minder hadden getroffen maar in hun werk in niets voor hun forser bedeelde makkers hoefden onder te doen. Maar hen kregen de lezers niet te zien. De arbeid werd geheroïseerd. Van discriminatie naar ras was in Wij natuurlijk geen sprake (integendeel), maar achteraf geeft een dergelijke selectiviteit naar uiterlijke kenmerken toch te denken.

Aan foto's kan ook geknoeid worden, zaken of personen kunnen worden weggeretoucheerd, iedereen kent daarvan wel voorbeelden. De tegenwoordige digitaliseringscultuur is overigens nog tot heel veel meer in staat. Heel veel kan in scène worden gezet, en als dat er niet bij staat komt de waarheidsgetrouwheid in het gedrang. Nog een aspect, ten slotte. Onderschrift en foto hoeven elkaar niet per se te 'dekken', waardoor de werkelijkheid kan worden vervalst. De foto van de hoeden op blz. 34 bijvoorbeeld kan evengoed op een andere locatie gemaakt zijn dan in het Arnhemse congresgebouw. In dit geval geen ramp als dat zo zou zijn, maar er is niet veel fantasie voor nodig om in te zien dat kwade intenties -die Wij niet had- voor veel misleiding kunnen zorgen. In dit verband is het nu tijd een bekentenis te doen.

Je herinnert je de beide personen op blz. 44, dienend als illustratie van de mogelijkheid die abonnees hadden om hun portret in Wij te laten afdrukken als er wat bijzonders viel te vieren. Voorzover je de afgebeelde man en vrouw niet persoonlijk hebt gekend, heb je -zo veronderstel ik- het onderschrift in relatie tot de foto's voor waar aangenomen. Deze twee foto's zijn in werkelijkheid echter gemaakt in 1971, en zij tonen mijn ouders, enkele jaren voor hun overlijden. De leugen regeert weliswaar niet, maar hij komt in een enkel geval toch wel goed van pas.

Foto's kunnen liegen en deze doen dat dus. De afwijking van de waarheid dient hier echter een hoger doel dan slechts te dienen als ondersteuning van de bewering dat, behalve het woord, ook de foto kritische beoordeling nodig heeft. Dat doel is: zichtbaar te maken dat deze twee afgebeelde personen voor mij de verpersoonlijking vormen van de juistheid van professor Ovink's stelling: 'In zijn kort bestaan heeft het blad goed werk gedaan door zijn lezers te helpen zich te ontworstelen aan het hopeloze nihilisme en negativisme van de crisisjaren.' Dàt was de grote verdienste van Y.G. van der Veen met zijn initiatief tot het oprichten van Wij, ons werk, ons leven. Naast zíjn portret wilde ik ook dat van twee dierbare abonnees in dit boekje de plaats geven die ook zij verdienen. Zij, hun werk, hun leven.