![]() "De Boekjes" Tussen 1994 en 2007 liet Jan de Groot negen boekjes het licht zien. Kleine uitgaven in eigen beheer, vormgegeven door Jannie de Groot. De oplage bedroeg meestal zo'n 500 genummerde exemplaren. De teksten van de boekjes zijn op deze website te vinden, maar we stellen ze ook graag als goed afdrukbare PDF-bestanden ter beschikking. DocumentenAanmaakdatumOp 23 januari 2008 hebben we afscheid genomen van Jan de Groot, die vijf dagen eerder in het Hospice Gasthuis Groningen aan de Eendrachtskade was overleden. Honderd jaar geleden, op 5 januari 1907, verscheen in ons land een nieuw politiek-satirisch weekblad, dat zich in de Nederlandse persgeschiedenis een roemruchte positie zou gaan verwerven: De Notenkraker. ... met een jonge tekenaar, afkomstig van de Radebinnensingel te Groningen, die tot aan zijn dood in 1918 in niet geringe mate het gezicht van De Notenkraker zou gaan bepalen: Albert Pieter Hahn.
Dat een serie schoolboekjes (Ot en Sien) tot de klassieke kinderliteratuur
kon gaan behoren danken we evenwel,
naast alle waardering voor auteur Scheepstra, adviseur
Ligthart en tekenaar Jetses, in de eerste plaats aan de
uitgever die het initiatief nam en de regie voerde: aan
E.B. ter Horst Junior. Aan hem zal dit werkje daarom
gewijd zijn.
De intensiteit waarmee de meeste ajc’ers hun
lidmaatschap hebben beleefd is doorgaans zo groot
geweest, dat ‘eraan terugdenken’ in latere jaren
voor zeer velen geen moeite kostte. ... we
weten het allemaal: het verleden is iets heel moois
als het flink gezeefd is door de tijd en door het
geheugen. Maar ook dit besef, dat in wat hier volgt
niet geheel afwezig is, vermag niet te verhinderen
dat velen met mij hun jeugdbewegingsjaren als een
rijke ervaring beschouwen, en net als ik blijven zeggen:
dank je wel - ajc.
In dit werkje wil ik een beknopte karakteristiek
geven van het korte leven dat Wij gegund
is geweest, – van zijn ontstaan, het redactionele
beleid en van enkele personen die daarin een rol
hebben gespeeld, van de inhoud, van de vormgeving.
En van het einde.
.. de dichter Ed Leeflang (1929)
oordeelt in Ons Erfdeel 42, 1, 1999: ‘(…) dat nooit
meer overtroVen Het boek voor de jeugd. Het is een
lijvige, uitbundig geïllustreerde bloemlezing uit de
wereldliteratuur. (…). Bij herlezing van die onuitputtelijke
schat aan verhalen en gedichten overvalt
je een diep respect voor de universaliteit en de zeg
maar oecumenische smaak van de samenstellers.
(…). En wat een uitgevers-idealisme’. De inhoud
van dit boek is, zo schrijft hij, ‘een goudmijn’, nog
steeds.
In dit werkje
gaat het over een boek dat dateert uit 1906 en dat
eveneens past in het hierboven aangeduide beeld:
Kun je nog zingen, zing dan mee! Bijna een eeuw
geleden behoorde het laten verschijnen van deze
zangbundel ongetwijfeld tot de gelukkigste beslissingen
die bij de uitgeverij P. NoordhoV zijn genomen.
Wolters-NoordhoV mag deze vitale hoogbejaarde,
nu in zijn 41ste druk, nog steeds tot een
bijzonder onderdeel van het fonds rekenen.
Het was het afgelopen jaar, om precies te zijn
in mei, honderd jaar geleden dat bij J.B.Wolters
te Groningen van de hand van M.J. Koenen het
Verklarend Handwoordenboek der Nederlandsche Taal
verscheen. Dit woordenboek kan gezien worden
als de stamvader van wat nu Wolters’ Handwoordenboek
Nederlands/Koenen wordt genoemd, als 29e
editie van de uitgave van 1897.
In het jaar waarin Rusland en Roemenië met succes oorlog voerden tegen Turkije om de ‘bevrijding’ van enkele Balkanstaten, verscheen te Groningen bij J.B.Wolters Bos’ Schoolatlas der geheele aarde in 29 kaarten: in 1877. Wie was hij, deze P.R. Bos, die, met zijn opvolgers en met zijn uitgever en diens opvolgers, al zo lang een bijna niet weg te denken stempel op het onderwijs in de aardrijkskunde heeft kunnen drukken, en door welke eigenschappen van dit zo bijzondere ‘kaartenboek’ kan dat worden verklaard? Schoolboeken zijn, door hun functie van informatiedragers van leerstof, een beproefd middel tot cultuuroverdracht binnen een bepaald politiek systeem. Uiteraard is daarbij vooral de jeugd in het geding. Autoritaire regimes onderkennen met het oog op hun ideologie het belang van die leeftijdsgroep en zijn er daarom altijd op uit alles bij jonge mensen uit de buurt te houden wat niet past bij de politieke doelstellingen waarmee zij hen in hun greep beogen te krijgen. |
